Exploitanten belastingplichtig in Frankrijk
Een exploitant van een camping, één of meerdere gîtes of chambres d’hôtes heeft verschillende mogelijkheden voor de aangifte van zijn verhuurinkomsten. Welke regeling van toepassing is, hangt vooral af van de hoogte van de bruto verhuurinkomsten (BVI) en van het type verhuur.
Hieronder een vereenvoudigd en geactualiseerd overzicht (situatie 2025–2026).
-
Zeer lage inkomsten
Wanneer de verhuurinkomsten incidenteel zijn en zeer beperkt blijven, kunnen ze soms als “overige inkomsten” worden aangegeven. In de praktijk geldt echter:
Zodra er sprake is van regelmatige toeristische verhuur, moet men kiezen voor een fiscaal regime voor verhuur (micro of réel). -
Micro-régime (forfaitaire aftrek)
Het micro-régime is bedoeld voor kleinere verhuurders. De belastingdienst past automatisch een forfaitaire kostenaftrek toe, zonder dat u werkelijke kosten hoeft te bewijzen.
Twee hoofdgevallen:
-
Niet-geclassificeerde meublés, gîtes en campings
- Maximaal: €15.000 BVI per jaar
- Forfaitaire aftrek: 30%
- Belasting over 70% van de inkomsten
-
Geclassificeerde gîtes en chambres d’hôtes
- Maximaal: €77.700 BVI per jaar
- Forfaitaire aftrek: 50%
- Belasting over 50% van de inkomsten
Boven deze plafonds is het micro-régime niet meer toegestaan.
-
-
Régime réel
Wanneer:
- U boven de micro-plafonds uitkomt, of
- U vrijwillig kiest voor het régime réel,
dan wordt u belast op basis van de werkelijke winst:
verhuurinkomsten – aftrekbare kosten = belastbare winst
Aftrekbare kosten zijn onder andere:
- Onderhoud en renovatie
- Rente van leningen
- Verzekeringen
- Belastingen en heffingen
- Afschrijvingen
Dit regime vraagt een echte boekhouding, maar is vaak gunstig bij hoge kosten of grote investeringen.
-
Professioneel of niet-professioneel verhuurder
U bent in principe professioneel verhuurder wanneer:
- Uw BVI hoger is dan €23.000 per jaar, én
- De verhuur meer dan 50% van uw totale gezinsinkomen vormt.
Professionele verhuurders hebben dezelfde keuze tussen micro-régime en régime réel, maar vallen sneller onder aanvullende verplichtingen (boekhouding, sociale bijdragen).
Niet-professionele verhuurders kunnen eveneens kiezen tussen micro of réel, zolang zij onder de geldende plafonds blijven.
In de praktijk
Men is vaak:
- LMNP bij één of twee panden, als aanvulling op andere inkomsten;
- LMP zodra de gemeubileerde verhuur de hoofdactiviteit wordt.
De overstap naar LMP kan fiscaal interessant zijn wanneer:
- U veel kosten heeft,
- U weinig of geen reële winst maakt,
- Of wanneer u de verhuur ziet als een activiteit op lange termijn.
-
Hoe zit het met de Urssaf en de sociale heffingen?
In Frankrijk bestaan er twee soorten sociale lasten op huurinkomsten:
- Prélèvements sociaux: vaste sociale heffingen (17,2%) die worden geheven op inkomen uit vermogen, zoals verhuurinkomsten. Ze bestaan o.a. uit CSG en CRDS.
- Cotisations sociales (Urssaf): sociale bijdragen voor zelfstandigen. Deze geven recht op sociale bescherming (zorgverzekering, pensioen, enz.) en worden geheven wanneer verhuur als een echte beroepsactiviteit wordt gezien.
Welke van de twee van toepassing is, hangt af van uw statuut en van de manier waarop u verhuurt.
Niet-professionele gemeubileerde verhuur (LMNP)
In principe geldt voor een LMNP:
- U betaalt geen cotisations sociales aan de Urssaf,
- Maar wel prélèvements sociaux van 17,2%
(CSG, CRDS, enz.) op uw winst of op de micro-grondslag.
➡️ In LMNP: geen Urssaf, alleen inkomstenbelasting + prélèvements sociaux.
Professionele gemeubileerde verhuur (LMP)
In dat geval:
- Wordt u beschouwd als zelfstandige,
- Moet u cotisations sociales betalen aan de Urssaf,
- En vervallen de prélèvements sociaux van 17,2%:
zij worden vervangen door sociale bijdragen.
Indicatief bedrag:
- Ongeveer 35 tot 45% van de winst, afhankelijk van uw situatie.